Uitleg
9% of 21%: welk btw-tarief hoort bij wat jij verkoopt
Eten is 9%, de rest is 21%. Daarmee zit je bijna altijd goed. Hieronder lees je wat er op een kraam onder valt, waar het misgaat en wat je doet als beide tarieven in één afrekening zitten.
Het korte antwoord
Voedingsmiddelen zijn 9%. Bloemen en planten zijn 9%. Bijna al het andere is 21%.
Voor de meeste kramen is dat genoeg. Het lastige zit in de dingen die naast het eten liggen: de draagtas, het cadeaupapier, de fles wijn bij de kaas. Die vallen onder 21%, ook als ze in dezelfde zak gaan.
Wat op een kraam onder 9% valt
Alles wat bedoeld is om te eten of te drinken, behalve alcohol. De Belastingdienst gaat uit van de Warenwet: is het een voedingsmiddel, dan is het 9%.
- Groente, fruit, aardappelen en noten.
- Kaas, vlees, vis en eieren.
- Brood, banket en snoep.
- Frisdrank, sap, koffie en thee.
- Kruiden, olie, azijn en specerijen.
- Bloemen, planten, bollen en boomkwekerijproducten.
Misschien verrast het je dat bloemen en planten hetzelfde tarief hebben als eten. Het is een aparte regeling voor sierteelt, en die staat los van de Warenwet.
Wat 21% is, ook al ligt het ernaast
Alles wat je niet opeet. Op de markt gaat het vaak mis bij deze producten:
- Alcohol. Bier, wijn en sterke drank zijn 21%, ook bij een kaaskraam.
- Draagtassen, cadeauverpakking, lint en kaartjes.
- Servies, bestek, snijplanken en ander non-food.
- Diervoeding. Een zak hondenbrokken is geen voedingsmiddel in de zin van de wet.
- Kaarsen, zeep en verzorgingsproducten.
Een vuistregel die bijna altijd klopt: gaat het je mond in en zit er geen alcohol in, dan is het 9%. Alles daarbuiten is 21%. Twijfel je bij een specifiek product, kijk dan op belastingdienst.nl. Alleen daar staat het definitieve antwoord.
Voor bloemenkramen: er staat een wijziging aan te komen
Bloemen, planten, bollen en boomkwekerijproducten staan nu op 9%. Het kabinet wil dat lage tarief voor sierteelt schrappen per 1 januari 2028, waarna 21% zou gelden.
Op dit moment is het nog een plan en geen wet. Reken er dus nog niet mee en pas je prijzen er nog niet op aan. Het is wel goed om te weten, want het raakt je marge: bij 21% houd je van dezelfde verkoopprijs bijna tien procent minder over.
Export naar het buitenland valt buiten die verhoging. Voor een kraam op een Nederlandse weekmarkt maakt dat niets uit.
Twee tarieven in één afrekening
Hier gaat het op de markt vaak mis. Een klant koopt een stuk kaas van 9% en een draagtas van 21%, en betaalt één bedrag. In je administratie zijn dat twee regels, want je aangifte vraagt per tarief om een omzetbedrag.
Reken je dat achteraf uit, dan moet je schatten. Over een kwartaal met duizenden kleine verkopen levert dat een getal op waar je zelf ook niet zeker van bent.
Het makkelijkst is als het tarief bij het product hoort en niet bij de afrekening. Dan wordt bij elke verkoop vastgelegd welk deel 9% was en welk deel 21%, en hoef je aan het eind van het kwartaal niets meer uit te zoeken.
Hoe het tarief aan een product hangtWat er gebeurt als een tarief verandert
Verandert een tarief, of heb je een product verkeerd ingedeeld en pas je het aan, dan mag dat je oude verkopen niet raken. Wat in maart tegen 9% is verkocht, blijft in je administratie 9%, ook als het product in juni op 21% komt te staan.
Toch gaat dat vaak fout. Een systeem dat het tarief pas opzoekt als je een overzicht opvraagt, verandert daarmee achteraf je oude verkopen. Het tarief moet daarom bij de verkoop zelf worden vastgelegd.
Hoe MarktAmigo dit voor je regelt
In MarktAmigo geef je een product één keer een tarief, en bij elke verkoop wordt het tarief van dat moment vastgelegd. Kaas van 9% en een draagtas van 21% in dezelfde afrekening worden vanzelf gesplitst.
Vanaf het Plus-pakket haal je er aan het eind van een periode een btw-overzicht uit, per tarief uitgesplitst. Dat zijn precies de twee regels die het aangifteformulier vraagt. Pas je later een prijs of tarief aan, dan blijft je administratie van vorige maand gewoon kloppen.